Hilversum,
11
maart
2017
|
09:11
Europe/Amsterdam

Shula Rijxman: koester publieke vrijplaatsen, te beginnen met de kleintjes

Onafhankelijke media staan onder druk, in landen dicht in de buurt. In Hongarije, Polen, Turkije. Dat is zorgwekkend. Net als het feit dat in hét land van de vrijheid en van de vrije pers, in de Verenigde Staten, de machthebbers de aanval inzetten. Als het in het land van de vrijheid zover kan komen, is dat een wake up call voor ons. Laten we ons de waarde van vrije, onafhankelijke media goed beseffen.

Tijdens een persconferentie stelde een journalist aan president Trump een beleefde vraag naar de toename van het aantal haatmisdrijven tegen Joodse Amerikanen. Trump noemde de vraag beledigend, blafte de verslaggever toe dat hij moest gaan zitten en stelde ‘the least antisemitic person you will ever see’ te zijn. Niet veel later plakte hij het etiket ‘the enemy of the people’ op de media. En inmiddels worden de New York Times, CNN en Politico geweerd van persconferenties.

Onwelgevallige feiten worden domweg ontkend en vervangen door ‘alternative facts’. Lariekoek dus, in goed Nederlands. Van de hoogste opkomst ooit bij een inauguratie tot de suggestie van een aanslag in Zweden. En uit onderzoek blijkt dat Trumps woorden door veel Amerikanen meer worden vertrouwd dan de media[1]. Hoe kunnen we nog een beschaafd, democratisch compromis sluiten als we de feiten niet meer delen? Natuurlijk, Nederland is Amerika niet, maar we hebben met dezelfde trends te maken.

Voor een goed functionerende democratie heb je in ieder geval twee zaken nodig. Ten eerste dat de macht per definitie is begrensd, in bevoegdheden, termijnen en het afleggen van verantwoording. Ten tweede dat we een gedeeld besef van de werkelijkheid hebben. Natuurlijk verschillen we van mening over de ernst van werkloosheidscijfers of misdaadstatistieken. Dat hoort erbij. Maar de cijfers zelf accepteren we als een feit.

Voor een gedeeld besef van de werkelijkheid zijn vrije media onmisbaar, hoe hinderlijk, kritisch en vervelend ze soms ook zijn. Dat geeft journalisten en makers ook een grote verantwoordelijkheid in het benoemen van feiten, in het beschrijven en analyseren van maatschappelijke problemen. Maar ook in het laten zien van onze rijke cultuur en geschiedenis en het vertellen van inspirerende menselijke verhalen van moed en pijn. Daardoor kunnen wij als burgers met elkaar in gesprek, verlaten we onze bubbel om samen te bepalen wat ons bindt, hoe we onze samenleving willen vormgeven en hoe we onze geschiedenis met elkaar kunnen delen.

Natuurlijk heeft de publieke omroep geen monopolie op onafhankelijke journalistiek. Kranten zoals de Volkskrant, De Telegraaf, NRC of het Algemeen Dagblad en media zoals De Correspondent en Vice bewijzen dagelijks dat in een commerciële omgeving onafhankelijkheid en kritisch vernuft kunnen bestaan. Zoals in de VS commerciële omroepen zoals CNN en CBS nu grote journalistieke moed tentoon spreiden. Tegelijkertijd zien we commerciële megaconcerns opkomen die wereldwijd de productie en distributie van beeld monopoliseren. Wij leven in een klein taalgebied, onze cultuur heeft - helaas - geen wereldwijd bereik. Nederlandse documentaire, film, dramaseries of educatieve programma’s hebben weinig overlevingsmogelijkheden in een wereldwijde commerciële omgeving terwijl met de productie en vertoning ervan een nationaal cultureel belang is gemoeid.

Deze tijd van ‘alternatieve feiten’ schreeuwt om publieke plekken waar mensen vrijuit kunnen spreken. Om publieke vrijplaatsen waar we de feiten kunnen onderzoeken en de macht én de tegenmacht aan het woord laten. Daar kunnen de vrijheid van tegenspraak, van debat en van expressie gedijen.

Het belang van een vrijplaats, niet zozeer van ideeën maar meer non profit, is misschien nog wel het grootst als het om kinderen gaat. Ik vind het erg belangrijk dat er plekken zijn waar kinderen even uit een commerciële omgeving worden getild. Dat ze even op adem komen, zonder afgeleid te worden en ongestoord kunnen genieten en leren van onze programma’s. Zodat ze zichzelf kunnen zijn en niet geconfronteerd worden met reclameboodschappen. Dat lijkt me voor hun ouders ook wel zo prettig. Dus als we bovenop ons huidige budget de middelen krijgen waar we om gevraagd hebben, wil ik die niet alleen inzetten om de kwaliteit van ons aanbod te verhogen, maar ook zo snel mogelijk te stoppen met reclames rond kinderprogramma’s.

Met de Publieke Omroep weten wij 86 procent van de Nederlandse bevolking te bereiken met onze mooie, veelzijdige programma’s. Dat maakt ons tot een factor van belang in de Nederlandse samenleving. Zo’n positie brengt ook verantwoordelijkheden met zich mee. Ik ben trots op onze producties, toch zullen we steeds blijven streven naar verbetering. Bijvoorbeeld door kinderen van commercie te vrijwaren. De schaarse publieke vrijplaats die de publieke omroep is, is iets om zuinig op te zijn. Ook voor volwassenen.

Shula Rijxman, voorzitter raad van bestuur NPO

[1] http://www.theecps.com

Deel deze release
Deel op: Twitter
Deel op: Facebook
Deel op: LinkedIn
Laatste nieuws