Hilversum,
29
maart
2017
|
12:46
Europe/Amsterdam

Shula Rijxman: De verkiezingen voorbij

De verkiezingen zijn voorbij. In de weken voorafgaand aan 15 maart was de publieke omroep een van de plekken waar kiezers zich informeerden over partijprogramma’s en politici. We maakten er 342 uitzendingen over. Goed voor 222 uur televisie. Bijna 30 procent van alle Nederlanders geeft aan dat NPO-programma’s hielpen bij het maken van hun keuze. Dat is ongeveer eenderde meer dan vier jaar geleden.

Ik ben trots op die getallen. Nog trotser ben ik op de programmamakers van deze 342 uitzendingen. Ik heb grote waardering voor de manier waarop zij verslag deden van deze moeilijk te ‘vangen’ verkiezingsperiode. Omroepen ontwikkelden in korte tijd een heel scala aan nieuwe programma’s die zichzelf direct in de programmering konden bewijzen. Van Uit Europa tot De Monitor-debatten, de Stelling van Nederland en Buiten het Binnenhof. Al met al een uitgekiende programmamix en -inhoud; samengesteld met de ambitie om kijkers en luisteraars zoveel mogelijk in hart en hoofd te raken.

Voor de politiek was de NPO onmisbaar: om grote groepen gelijktijdig te bereiken en een gemeenschappelijke ervaring te geven. Er is geen mediaorganisatie die meer aandacht, tijd, geld en talent aanwendt om de politiek onder de aandacht van het publiek te brengen.

Want, de publieke omroep informeert Nederlandse burgers over de wereld om hen heen. Het is tegelijkertijd ook de plek waar diezelfde Nederlandse burger herkenning hoort te vinden, iets leert over de eigen cultuur en iets meekrijgt van wat anderen bezig houdt. Toen eind vorig jaar de Amerikaanse verkiezingen verrassend anders verliepen dan velen hadden verwacht, stelde ik mezelf in een artikel in de Volkskrant de vraag, ‘… of we alle geluiden serieus nemen en laten zien en horen. Of we wel de juiste onderwerpen agenderen in onze programma’s’.

We streven er bij de publieke omroep namelijk naar om zo compleet mogelijk te zijn; met aandacht voor elke groep Nederlanders. Het leek mij daarom een logische, en ook onvermijdelijke vraag. Missen wij niet iets? Herkennen Nederlandse burgers zich genoeg in de omroep? En worden ze ook genoeg door ons uitgedaagd om opnieuw en anders naar hun omgeving te kijken? Zijn wij nog wel een venster op de wereld?

Dat maakte heel wat los. We stelden vragen en discussieerden erover; bij het koffiezetapparaat, in bestuurskamers, op redacties, tijdens debatten, op social media. En daar bleef het niet bij. We vonden manieren om dit om te zetten in ons dagelijks werk, het maken van programma’s. Het resultaat: de 342 programma’s in de verkiezingsprogrammering van de NPO. Met oog en oor voor wat er leeft in onze samenleving. Meer dan ooit gingen verslaggevers de straat op. Om te luisteren naar de verhalen die leven. Staken ze de peilstok in de samenleving, van Ouderkerk aan den IJssel tot Oldambt in Oost Groningen. Werden verkiezingen belicht van alle kanten. We hebben Nederland meer dan ooit geholpen om een weloverwogen keuze te maken in het stemhokje.

Wat mij betreft krijgt dit een vervolg. We zullen, met de ervaring van de afgelopen maanden, kritisch onze eigen blinde vlekken blijven blootleggen en er iets aan doen. Alleen zo kunnen we, media en publiek samen, de strijd aan tegen nepnieuws, alternatieve feiten en het wantrouwen van de waarheid. Alleen zo verdienen we het vertrouwen van ál onze kijkers. Alleen zo dragen we consciëntieus bij aan Nederland.

Shula Rijxman
Voorzitter raad van bestuur van de NPO