Hilversum,
11
oktober
2017
|
14:07
Europe/Amsterdam

Sober beloningsbeleid NPO ingegaan

De eerder aangekondigde versobering van het beloningsbeleid van de NPO voor presentatoren bij de publieke omroep is definitief ingegaan. De maximale beloning is verlaagd en gelijkgesteld aan het maximum uit de Wet Normering Topinkomens (WNT) en uitzonderingen hierop zijn niet langer mogelijk. De raad van bestuur van de NPO heeft het beleid officieel vastgesteld en staatssecretaris Sander Dekker heeft de verandering goedgekeurd waardoor deze per 5 oktober 2017 is ingegaan.

Shula Rijxman, voorzitter van de Raad van Bestuur van de NPO: “We zijn blij dat het nieuwe beloningsbeleid is ingegaan waardoor onze beloningen omlaag gaan naar een niveau dat past bij de soberheid die gevraagd wordt van een organisatie gefinancierd met publieke middelen. Het nieuwe beloningsbeleid maakt duidelijker en transparanter wat er binnen de publieke omroep kan worden verdiend.”

Salarisplafond verlaagd

De NPO kondigde in juni van dit jaar aan met een nieuw beloningsbeleid te komen. In dit beleid wordt het salarisplafond van het beloningskader voor presentatoren verlaagd van € 201.000 (bruto, inclusief werkgeversdeel pensioenpremie) naar € 181.000 per jaar. Hierdoor is er mede een eind gekomen aan de onduidelijkheid en verwarring als gevolg van het feit dat het Hilversumse beloningskader en de WNT andere bedragen en rekenmethodes hanteren. Door beide te harmoniseren, wordt het beloningsbeleid van de publieke omroep transparanter en soberder.

Nooit meer een uitzondering

Het beloningskader van de publieke omroep stond een maximum aantal uitzonderingen toe van acht. Deze uitzonderingen, op verzoek van omroepen en na goedkeuring van de NPO, werden toegestaan om uitzonderlijk talent voor de publieke omroep aan te trekken of te behouden. Het criterium was dat deze presentatoren een essentiële bijdrage leveren aan kwalitatief hoogwaardige programma’s van de publieke omroep. Het bedrag boven de norm wordt door de omroepverenigingen uit eigen middelen betaald, en dus niet van belastinggeld.

De publieke omroep bleef in 2016 met vijf uitzonderingen onder dit maximum van acht. Dit past in een dalende trend: in 2009 bedroeg het aantal uitzonderingen nog 17. Door de versobering gaat het aantal uitzonderingen op termijn naar nul. Dit zal echter wel enige tijd duren, omdat De Raad van Bestuur niet de mogelijkheid heeft om lopende overeenkomsten tussen omroepen en presentatoren aan te passen.