Hilversum,
17
oktober
2017
|
10:38
Europe/Amsterdam

Stof tot nadenken

​Hoe houd je publieke belangen in ere in onze platformsamenleving? Hoe geef je vorm aan pluriformiteit, onafhankelijkheid en toegankelijkheid in een samenleving waar data-gedreven platforms als YouTube en Facebook steeds belangrijker worden? Wat betekent hun opkomst voor de NPO? En voor het publiek? We spraken erover op een expertmeeting die wij samen met José van Dijck van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen en Thomas Poell van de Universiteit van Amsterdam organiseerden.

In een democratie is het belangrijk dat wij als burgers weten wat er gebeurt, wat de politiek doet. We moeten goed geïnformeerd zijn om de macht te controleren. Daar proberen wij als publieke omroep een steentje aan bij te dragen. Want wij zijn er voor iedereen. We willen dat iedereen goed geïnformeerd wordt, dat elke Nederlander via ons toegang heeft tot het beste wat ons land aan kunst, kennis, cultuur en drama te bieden heeft. En we doen dat in alle onafhankelijkheid, niet om je iets te verkopen, maar – sorry voor de verheven woorden – om je te verrijken.

Traditioneel waren journalisten de poortwachters van het nieuws. Zij bepaalden wat er in de krant of op tv kwam. En ze deden dat op basis van controleerbare professionele standaarden als onafhankelijkheid, wederhoor, onpartijdigheid. Maar de wereld verandert razendsnel. Steeds meer mensen gebruiken de Facebooks van deze wereld als nieuwsbron. Wat wij daar te zien krijgen wordt bepaald door algoritmes die erop ingesteld zijn om te tonen wat mensen willen delen, retweeten, liken. Opdat we er maar zo lang mogelijk op blijven.

Allemaal prima als het om kattenfilmpjes gaat. Maar als we onze informatievoorziening overlaten aan algoritmes, hoe weten we dan of we goed worden geïnformeerd? We weten het niet, want we kennen de algoritmes niet. Terwijl die wel ons nieuwsaanbod bepalen.

In feite zijn de platforms de nieuwe poortwachters naar het publiek geworden. Iedereen kan een vlog op YouTube zetten. Maar hoe vaak die wordt bekeken is echt niet alleen een kwestie van talent. Het is ook een kwestie van het juiste algoritme. Je zou wel gek zijn als je je daar volstrekt afhankelijk van maakt. Dus als iemand weer eens roept: “NPO, zet al je programma’s gewoon op YouTube of op Facebook”, dan denk ik: ben je nou helemaal van het padje af? Zo is The Guardian gestopt met Facebook’s Instant Articles omdat ze liever aan een relatie met de lezer bouwt in de eigen, vertrouwde omgeving. En Vice heeft niet voor niets eigen kanalen.

Natuurlijk wil je zijn waar je publiek is. Maar hoe kun je een relatie onderhouden met het publiek als je de data van gebruikers niet hebt? Hoe kun je een breed aanbod aanbieden als het platform content voorop stelt waar zoveel mogelijk advertenties bij getoond kunnen worden? Hoe zorg je dat mensen breed geïnformeerd blijven? Hoe voer je als publieke omroep voor iedereen je taak uit?

Van Dijck en Poell pleiten voor een overheid die transparantie van platforms eist. Over hun algoritmes, en over hun gebruik van onze data. Volgens de wetenschappers moet er online ruimte overblijven voor onafhankelijke nieuwpslatformen met maximale scheiding tussen nieuws en commercie. De NPO heeft die onafhankelijkheid, net als de Nederlandse kranten bijvoorbeeld die zich heel goed van hun taak kwijten. Daar kunnen we nooit genoeg hebben. Beter dan elkaar de maat te nemen, geven we elkaar een beetje de ruimte. We trekken aan dezelfde kant van het touw.

Zeker nu we zien dat de zeggenschap over media in ons land naar een steeds beperkter groep buitenlandse mediabedrijven verschuift. De redactionele onafhankelijkheid is - vooralsnog - gewaarborgd, maar garanties dat het zo blijft zijn er niet. Zeker als het tot overnames komt. Wat zou een nieuwe eigenaar doen met alle data over je klanten? En stel dat Murdoch Nederlandse media gaat opkopen, zou hij zich in ons land bij wijze van uitzondering niet met de redactionele koers gaan bemoeien? Noem me cynisch, maar ik vind die aanname een tikje naïef.

Natuurlijk wil ook de publieke omroep het publiek écht op maat bedienen door kennis, data en marketing ten volle te benutten. Het is wat het publiek verwacht. Maar we willen daarbij zo weinig als mogelijk vragen van je privacy. Zo persoonlijk mogelijk zijn op basis van zo min mogelijk persoonlijke data – dat is onze missie die we nu ook via NPO Start uitvoeren. Daarnaast moet het publiek altijd weten waar haar data voor wordt gebruikt. Zo worden we pas persoonlijk als iemand een account aanmaakt en zullen we uw data nooit aan wie dan ook verkopen. We proberen nu de beste manier te vinden om data in te zetten om publieke waarden te dienen, om bijvoorbeeld pluriformiteit in te bouwen in onze aanbevelingsalgoritmes zodat we mensen kunnen blijven verbinden. Het gaat met vallen en opstaan, we rijden af en toe heus een scheve schaats, maar de richting is duidelijk.

Terwijl de politiek de publieke omroep steeds zwaarder en gedetailleerder eisen oplegt, is de manier waarop de nieuwsvoorziening door de platforms wordt verzorgd nauwelijks gereguleerd. Facebook begint nu in te zien dat het zich goed leent voor de verspreiding van fake news – en dus een verantwoordelijkheid heeft om dat tegen te gaan. Maar zou de verantwoordelijkheid van online platformen niet groter moeten zijn, zoals Van Dijck en Poell suggereren? Bijvoorbeeld door op het eigen platform een prominente plek in te ruimen voor de publieke nieuwsvoorziening?

Een democratie alleen kan overleven als wij als burgers goed geïnformeerd zijn. Daarom proberen wij iedereen te bereiken. Met ook de andere kant van het verhaal, met ook dat moeilijker of zwaarder programma. Natuurlijk, de publieke omroep is niet onfeilbaar. Maar we zijn wel onafhankelijk en controleerbaar. En dat lijkt me toch ook wat waard.

Shula Rijxman
Voorzitter Raad van Bestuur van de Nederlandse Publieke Omroep