14
januari
2010
|
07:04
Europe/Amsterdam

NPO start onderzoek vanwege schijn belangenverstrengeling

De NPO doet nader onderzoek naar beschuldigingen aan het adres van directeur Innovatie en Nieuwe Media, Michel Mol. Dat gebeurt na anonieme aantijgingen dat de heer Mol in de periode 2004-2006 in zijn NPO-functie opdrachten verstrekte aan twee bedrijven waar hij privé nauwe banden mee had. Bovendien zouden er facturen – zo luidt de beschuldiging uit anonieme bron – zijn betaald terwijl daar nauwelijks een prestatie tegenover stond. Dergelijke beschuldigingen worden door de NPO als zeer ernstig gezien, ook omdat het hier om publieke middelen gaat, en zijn reden voor een extern forensisch onderzoek dat onmiddellijk is ingesteld. De heer Mol is door de NPO gevraagd gedurende het onderzoek een stap opzij te doen en zal de resultaten van het onderzoek thuis afwachten. Hij zegt met vertrouwen de uitkomsten tegemoet te zien.

Feit is dat de heer Mol in de periode 2002-2006 als bestuurslid en aandeelhouder (met minder dan 3 procent aandelen) betrokken was bij een bedrijf. Tot 2006 hoefde een belang kleiner dan 10% volgens de Mediawet niet gemeld te worden. Met een tweede bedrijf had hij geen formele, maar wel vriendschappelijke banden. In 2006 ontstonden bij de NPO vermoedens over mogelijke schijn van belangenverstrengeling rond de heer Mol. Op basis daarvan werden met de heer  Mol precieze afspraken gemaakt, die inhielden dat hij die persoonlijke banden zou verbreken en alle schijn van belangenverstrengeling zou vermijden. Een externe accountant verrichtte bovendien in opdracht van de NPO onderzoek. Op basis van de resultaten van dat onderzoek werd hem opgedragen te zorgen voor een transparante facturering en een adequate administratieve organisatie.

Nu er opnieuw vraagtekens worden gezet bij het handelen van de heer Mol moet het nieuwe onderzoek zich richten op de vraag of er nieuwe feiten zijn en of de eerder gemaakte afspraken precies en tijdig zijn nageleefd. Niet alleen de facturen worden daarbij onderzocht, ook wordt bekeken welke diensten of producten daarvoor zijn geleverd. Henk Hagoort, voorzitter van de Raad van Bestuur van de NPO: “Het onderzoek is nodig. Alleen zo kan blijken of er een grond van waarheid zit  in de beschuldigingen. We gaan bij de NPO natuurlijk uit van vertrouwen in een directeur, maar de financiële verslaglegging moet zo helder zijn, dat  verantwoording kan worden afgelegd. Het systeem moet waterdicht zijn en geen ruimte voor twijfels laten.”